Kans op korten en/of verlagen

 

Wat betekent de lage rente voor pensioenfondsen?

Het zal je niet ontgaan zijn want de media staan er bol van: de lage rente van de afgelopen jaren heeft een sterk negatieve invloed op de dekkingsgraden van de pensioenfondsen. In 2019 dook de rente nog verder omlaag, de rekenrente daalde van 1,4% naar 0,4%. De dekkingsgraad van veel fondsen zakte daardoor tot onder de kritische grens waarbij herstel nog haalbaar is zonder korten van de pensioenaanspraken en ingegane pensioenen of verlaging van de pensioenopbouw (zie Financieel Crisisplan). Bij sommige fondsen zo ver, dat nu duidelijk is dat de pensioenen van grote groepen Nederlanders in 2020 hoogstwaarschijnlijk gekort moeten worden. Het gaat hierbij in ieder geval om de pensioenen van ambtenaren, medewerkers in de zorg, leraren en mensen werkzaam in de metaalindustrie.

Hoe staat ons fonds er financieel voor?

Natuurlijk raakt de historisch lage rente ook ons fonds. De actuele dekkingsgraad is eind augustus gedaald tot 94,2%. Als we een dergelijke actuele dekkingsgraad aan het eind van het jaar nog hebben, zou deze bij ons fonds onder de kritische grens liggen.

De waarde van het belegd vermogen van pensioenfonds HaskoningDHV is met ruim 1 miljard nog nooit zo hoog geweest. Maar de lage rente heeft meer impact. Door de lage rente is de waarde van de verplichtingen gestegen tot ruim 1,1 miljard omdat deze berekend wordt met een historisch lage rekenrente (nu 0,4%).

Wat zijn de mogelijke gevolgen van de lage rente en lage dekkingsgraad?

  • Als de actuele dekkingsgraad op 31 december 2019 onder de kritische grens ligt, betekent dat er in 2020 gekort moet worden op de aanspraken en ingegane pensioenen tot de dekkingsgraad weer op die kritische grens komt. Dit korten mag over 10 jaar worden gespreid en elk jaar wordt opnieuw bekeken of korten nog steeds noodzakelijk is voor een haalbaar herstel.
  • De lage rente kan ook gevolgen hebben voor de jaarlijkse pensioenopbouw van de actieven die nog pensioen aan het opbouwen zijn. Als de zogenaamde premiedekkingsgraad te laag is om de kosten van de pensioenopbouw voldoende te dekken, kan verlaging van het opbouwpercentage een maatregel zijn waartoe het bestuur kan besluiten.

Lichtpuntje is dat in de eerste twee weken van september de rekenrente voor pensioenfondsen weer wat gestegen is, ondanks de door de ECB aangekondigde renteverlaging. Daardoor staat de actuele dekkingsgraad van ons fonds medio september boven de kritische grens.  

Wat gebeurt er als de rente verder omlaag gaat?

Een verdere daling van de rente is helaas allerminst uitgesloten. Dus hoewel het wat beter lijkt te gaan en de dekkingsgraden weer enig herstel laten zien, kan het verderop in het jaar toch weer misgaan.

Dan kan ook bij ons pensioenfonds korten op de aanspraken en ingegane pensioenen alsnog nodig zijn en bij een te lage premiedekkingsgraad kan verlaging van het opbouwpercentage aan de orde zijn.

Het bestuur staat voor de taak de belangen van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden evenwichtig af te wegen en moet bezien op welke manier een eventueel korten vorm kan krijgen: korten op de aanspraken en al ingegane pensioenen, een verlaging van de pensioenopbouw van actieve deelnemers of een combinatie van korten en verlagen. Het bestuur van het pensioenfonds heeft voor deze situaties beleid ontwikkeld en dit neergelegd in het Financieel Crisisplan van het pensioenfonds. Dit om voorbereid te zijn op onverhoopte situaties en slechtweerscenario’s .

Hoe werkt de lage rente in op de financiële situatie van pensioenfondsen?

De rente is de afgelopen jaren steeds verder gedaald, en hoe lager de rente, hoe meer geld de pensioenfondsen in kas moeten hebben om aan hun verplichtingen – uitkeren van alle pensioenen tot ver in de toekomst – te voldoen. Hoe zit dat?

Voorbeeld:

Als een pensioenfonds over 20 jaar een pensioen moet uitkeren van €1.000 dient het bij een rente van 1,4% nu €757 in kas te hebben. Als de rente daalt met 1% tot 0,4% moet het pensioenfonds nu €923 in kas hebben. De waarde van de pensioenverplichting neemt dus circa 22% toe als de rente 1% daalt.

In ons fonds is de waarde van de verplichtingen door dit effect sinds 1 januari 2019 met €225 mln toegenomen, zonder dat er een noemenswaardige toename van de pensioenaanspraken aan ten grondslag ligt. De dekkingsgraad is de verhouding tussen de beleggingen (teller) en de verplichtingen (noemer). Het totaalrendement op het vermogen is de laatste tijd erg goed geweest (we hebben meer vermogen dan ooit tevoren), maar desondanks heeft het de groei van de waarde van de verplichtingen niet kunnen bijhouden. Dus, omdat de beleggingen (teller) minder sterk zijn toegenomen dan de verplichtingen (noemer) is de dekkingsgraad gedaald.

Komt de overheid pensioenfondsen nog tegemoet vanwege de lage rente?

Begin september vond een spoedoverleg plaats tussen de Tweede Kamer en minister Koolmees over de dreigende pensioenverlagingen en de effecten van een aanhoudende lage rente op het pensioenstelsel. Tijdens het debat kwam aan de orde dat de financiële positie van pensioenfondsen aanzienlijk uiteenloopt. De minister heeft aangegeven dat hij met de pensioensector overlegt om de in het pensioenakkoord aangekondigde maatregel om korten te voorkomen/beperken te bespreken. De minister gaf wel aan dat niet alle pensioenverlagingen per definitie voorkomen kunnen worden.

Waar vind ik extra informatie?

  • In de vierde week van september ontvingen de pensioengerechtigden de nieuwsbrief per post. De actieven ontvingen de nieuwsbrief per email.
  • In de eerste weken van november worden er op verschillende vestigingen van RHDHV informatiebijeenkomsten georganiseerd. De data en locaties vindt u op deze website.
  • Daarnaast wordt u op deze website van het pensioenfonds op de hoogte gehouden van de actuele situatie.